Fotoalbums van de grondgebondenluchtverdediging

Welkom op het informatiezoeksysteem van de grondgebondenluchtverdediging

sjabrak.jpg 02-Beëdiging op 40L70 met schabrakThumbnails02-Beëdiging op 40L70 met schabrakThumbnails02-Beëdiging op 40L70 met schabrakThumbnails02-Beëdiging op 40L70 met schabrakThumbnails02-Beëdiging op 40L70 met schabrakThumbnails02-Beëdiging op 40L70 met schabrakThumbnails

De sjabrak

Na de Tweede Wereldoorlog werd bij de artillerie de vooroorlogse traditie van het monogram, maar nu zonder de wapenspreuk op de schietbuis weer ingevoerd. Dit geschiedde eerst nog provosorisch, want er waren natuurlijk belangrijker zaken die om voorrang vroegen. Na verloop van tijd werd begonnen met het correct aanbrengen van het monogram.
Voorbeelden hiervan zijn het kanon 40mm lang 60tl en de AMX L30. Om redenen van technische aard was dat eind jaren zestig niet meer mogelijk en daarop werd, om in de toekomst de band met het staatshoofd te kunnen blijven symboliseren, de sjabrak ingevoerd. Er heerst hierover enige onduidelijkheid omdat de invoering niet is geschied naar aanleiding van een koninklijk of ministerieel besluit. Beëdigingen op de niet gegraveerde vuurmonden werd niet aanvaardbaar geacht. Echter de inspecteur der Artillerie vond het niet juist om een einde te maken aan deze voor het wapen der Artillerie zo zinvolle traditie. In het reglement errbewijzen en Ceremonieel werd toen de bepaling opgenomen, dat bij het wapen de artillerie de eed of belofte wordt afgelegd op een gegraveerde dan wel met een wapensjabrak bedekte vuurmond.
De sjabrak heeft niet de status van een vaandel of een standaard. De sjabrak bestaat uit een loopdek met twee gelijk afhangende helften; op elke helft in goudborduursel de gekroonde initiaal van de regerende vorst, omgeven door een lauwerkrans met oranjeappelen (oranjetak). In tegenstelling tot wat bij vaandels en standaards gebruikelijk is wordt bij de troonswisseling wel de initiaal gewijzigd. De sjabrak is in feite een zadelkleed in een fraai rijk versierde uitvoering. Het zou van oorsprong gebruikt zijn in de Kaukasas ter bescherming van de rug van het paard.
De kroon is uitgevoerd conform het model in het wapen van de artillerie. De lauwerkrans bestaat uit twee groene lauwertakken die met een lint zijn samengebonden. Het lint is van goudborduursel, met in zwart de wapenspreuk van het Wapen der Artillerie, waarbij op het linkeruiteinde het begin van de spreuk is geplaatst: HET VADERLANDT GHETROUWE en op het rechteruiteinde het vervolg: BLIJF ICK TOT IN DEN DOOT.
De sjabrak is voor de veld- en luchtdoelartillerie-eenheden uitgevoerd in de kleuren rood en zwart. Elke sjabrakhelft is afgezet met een galon in de voor deze eenheden overeenkomstige kleuren. Bij beide modellen is de onderzijde van de twee sjabrakhelften afgezet met een goudkleurig franje.
De uitreiking vond plaats op 20 juli 1961 aan de commandanten van de legerkorpsartillerie en de territoriale luchtdoelartillerie, generaal-majoor J. Th. Winkel. In 1963 werd de 11e Afdeling Veldartillerie aangewezen om de tradities van de rijdende Artillerie voort te zetten. Sindsdien heet deze afdeling 11e Afdeling Rijdende Artillerie en kreeg zij ook een sjabrak in de kleuren blauw en geel. Aande schietbuis met ingegraveerd monogram of aan de sjabrak werden geen eerbewijzen, zoals aan vaandels en standaarden gebracht.


Bron: Artie Varia - Archief GLVD