OPERATIE DISPLAY DETERRENCE

 

 

Op 7 februari 2003 besloot de regering tot de uitzending van drie PATRIOT wapensystemen (Fire Platoons) naar Turkije om de luchtverdediging tegen mogelijke Iraakse lucht- en raketaanvallen te versterken. Aanvankelijk was dit een bi-nationale operatie onder de naam ‘TULIP GUARDIAN’, toen de NAVO de operatie overnam werd de naam ‘DISPLAY DETRERRENCE’. Op 8 februari vertrok een voordetachement naar Diyarbakir. De Nederlandse en Turkse autoriteiten waren in het vooroverleg overeengekomen dat de eenheden te Diyarbakir en Batman gestationeerd zouden worden. Aangekomen in Turkije bleken de gastheren van gedachten veranderd, zij wilden nu ontplooiing naar Silopi, Mardin, Sanliurfa en/of de Atatürk-dam. Het bleef uiteindelijk bij Diyarbakir en Batman. Medio februari vertrok het materieel per schip vanuit Vlissingen en de hoofdmacht volgde per luchttransport op 26 februari. Twee Fire Platoons met ieder vijf launchers werden gestationeerd te Diyarbakir, inmiddels bekend terrein voor een groot aantal GGW’ers. Het derde Fire Platoon met zes launchers kreeg als bestemming Batman. Opdracht voor alle eenheden was het beschermen van de lokale vliegbases en de steden zelf tegen Iraakse ‘SCUDs’ en eventuele luchtaanvallen. Op 2 maart waren alle eenheden op ‘Battle Stations’.

 

Binnen de NAVO-commandostructuur kwam het detachement onder operationeel bevel te staan van het Combined Air Operations Center (CAOC) te Eskisehir. Aan dit CAOC was personeel toegevoegd afkomstig van de Duits/Amerikaans/Nederlandse Extended Air Defence Task Force (EADTF) dat gespecialiseerd was in het plannen van de luchtverdediging tegen Tactical Ballistic Missiles (TBMs). De dreiging bestond, evenals in 1991 tijdens operatie ‘WILD TURKEY’, uit de ‘SCUD’. Dit was een door Irak gemodificeerde Sovjet R-17/8K14 TBM (NATO: SS-1c SCUD-B), door hen de ‘Al Hussein’ genoemd, met een maximale reikwijdte van 600 km en een gevechtskop van 500kg explosieven.

 

Inmiddels waren de Nederlandse PATRIOT-eenheden uitgerust met de PAC-2 missile, die geoptimaliseerd was voor het onderscheppen van TBMs. Omdat het aantal beschikbare PAC-IIs beperkt was, werd Duitsland benaderd voor aanvullende missiles. Duitsland stelde 32 Guidance Enhanced+ Missiles (GEM+) en 14 PAC-2s beschikbaar. De GEM+ was niet zo geschikt voor de bestrijding van TBMs als de PAC-II, maar was daarvoor wel beter geschikt dan de overige Nederlandse missiles.

 

Op 20 maart begon de aanval van de coalitie op Irak, op 7 april werd Bagdad ingenomen en op 13 april was het gevaar van Iraakse aanvallen op Turkije geweken. Op 16 april konden de voorbereidingen voor de terugtocht beginnen, op 1 mei arriveerde het meeste personeel weer terug in Nederland. De apparatuur volgde medio mei per schip.   

 

Uitzendtermijn: 25 februari 2003 – 16 april 2003

Detachementssterkte: 371

Detachementscommandant: Ltkol E.H. Abma

 

Link naar foto’s DISPLAY DETRERRENCE


Geraadpleegde bronnen:

  • E. van Loo, S. Maaskant, D. Starink en Q. van der Vegt: Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht (2017), Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Boom, ISBN 9789089537027
  • P.E. van Loo: Crossing the border (2003) Sectie Luchtmachthistorie/Sdu, ISBN 9012099579
   
© EMBEESOFT 2018