COMMAND & CONTROL GELEIDE WAPENS

Het leidende principe voor de commandovoering bij luchtoptreden, inclusief de luchtverdediging, is 'centralised command, decentralised operations'. Dit houdt in dat planning en coördinatie op een zo hoog mogelijk niveau plaatsvinden.  Luchtverdedigingsmiddelen zijn immers schaars maar zeer gevraagd, en alleen een hoger niveau kan de juiste prioriteiten voor de luchtverdediging bepalen. Daarom waren de GGWs dan ook onder bevel gesteld van de NAVO-luchtverdedigingscommandant en niet van de legerkorpscommandant in wiens verantwoordelijkheidsgebied zij opereerden. Uitvoering wordt daarentegen zoveel mogelijk gedelegeerd naar het uitvoerend niveau zonder onnodige interferentie van en vertragingen veroorzaakt door het hogere niveau.

Aan dit principe werd als volgt inhoud aan gegeven. Tijdens de Koude Oorlog hadden de (meeste) lidstaten van de NAVO hun luchtverdedigingsmiddelen onder rechtstreeks gezag van NAVO geplaatst. D.w.z. dat de GGWs NATO Assigned Forces waren onder Operational Command (OPCOM) van COM2ATAF. Nederland had daardoor geen rechtstreekse operationele zeggenschap meer over de GGWs. Alleen de logistieke en administratieve ondersteuning was een Nederlandse verantwoordelijkheid, uitgeoefend door het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (tot 1973 het Commando Luchtverdediging) in Zeist. Paraatheid en inzet werd door een NAVO-commandant bepaald. Voor de GGWs liep de NAVO-commandolijn ('chain of command') van boven naar beneden als volgt:

  • Supreme Allied Commander Europe (SACEUR), vanuit het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) te Mons/Bergen, België.
  • Commander Allied Forces Central Europe(COMAFCENT) te Brunssum, Nederland.
  • Commander Allied Air Forces Central Europe(COMAIRCENT) te Ramstein, Duitsland.
  • Commander Second Allied Tactical Air Force(COM2ATAF) te Rheindahlen, Duitsland.
  • Commander Air Defence Operations Center(COMADOC) te Maastricht, Nederland.
  • Commander Sector Operations Center 2(COMSOC2) te Uedem, Duitsland.
  • Commander Control and Reporting Center(CRC) Uedem voor 1, 2 (en later 12) GGW c.q. CRC Auenhausen voor 3, 4 en 5GGW. Vanuit het CRC leidde een SAM Allocator de acties van de geleide wapens in de sector van het CRC.
  • Commandant betreffende GGW vanuit het Groepsoperatiecentrum (GOC).
  • Commandant betreffende squadron vanuit zijn Squadroncommandopost (SCP).

In vredestijd was de NAVO-bevelsvoering over de GGWs door SACEUR gedelegeerd naar COMSOC2. In tijden van crisis en oorlog kon de bevelsvoering zowel worden teruggenomen door een hogere NAVO-commandant dan COMSOC2, of verder worden gedelegeerd naar een lager niveau. Indien in oorlogstijd alle verbindingen met hogere echelons verbroken waren lag de beslissingsbevoegdheid over onderscheppingen bij de vuurleidingsofficier, een luitenant. Overigens had (althans in theorie) de vuurleidingsofficier ('Battery Control Officer'/BCO) altijd het laatste woord bij onderscheppingen; de NAVO-boekwerken waren hier heel stellig in: 'The BCO has the final responsibility to ensure that no friendly aircraft are mistakenly engaged'.  

Omdat 3, 4 en 5GGW mobiele luchtverdedigingseenheden waren die opereerden binnen het operatiegebied van een legerkorps, brachten deze eenheden een Air Defence Operations Liaison Team (ADOLT) uit naar 'hun' legerkorps; voor 3 en 4GGW het 1st British Army Corps en voor 5GGW het 1e Duitse Legerkorps. Het ADOLT coördineerde met het legerkorps de verplaatsingen van de GGW door het legerkorpsgebied en het gebruik van terreinen (met name heuveltoppen) voor operationele inzet. 

Na het einde van de Koude Oorlog kwam er een einde aan de directe NAVO-zeggenschap van de NAVO over de dagelijkse inzet van de geleide wapen-eenheden. Die zeggenschap werd nu bij de nationale autoriteiten belegd met de optie om die onder omstandigheden via een Transfer of Authority (ToA) weer aan de NAVO over te dragen.

   
© EMBEESOFT 2018